
19
De opnamefuncties gebruiken
De opnameomstandigheden automatisch
herkennen (Scèneherkenning)
De camera herkent de opnameomstandigheden automatisch en maakt vervolgens de
opname.
• Scèneherkenning werkt niet in de (Macro aan), (Superclose-up gebruiken) of Burst-
functie.
1
Raak (Opn.functie) t
(Autom. instellen) t
of aan.
2
Raak t (Scèneherkenning) t gewenste functie t
aan.
(Uit): Gebruikt scèneherkenning niet.
(Autom.): Wanneer de camera de scène herkent, worden automatisch de
optimale instellingen gemaakt en het beeld opgenomen.
(Geavanceerd): Wanneer de camera de scène herkent, worden automatisch
de optimale instellingen gemaakt en het beeld opgenomen.
Bovendien, wanneer de camera (Schemer), (Schemer-portret), (Schemer
met gebruikmaking van een statief), (Tegenlicht) of (Tegenlicht-portret)
herkent, wordt een extra beeld opgenomen. Wanneer de camera (portret)
herkent, treedt de dichte-ogenverminderingsfunctie in werking.
Opmerking
zWanneer de camera de scène herkent
Wanneer de camera de scène herkent.
(Schemer), (Schemer-portret),
(Schemer met gebruikmaking van een statief),
(Tegenlicht), (Portret met tegenlicht),
(Landschap), (Macro) of (Portret)
wordt afgebeeld.
Als de camera de scène niet herkent, wordt het
beeld opgenomen alsof scèneherkenning is
ingesteld op [Uit].
Pictogram
Scèneherkenning
Pictogram niveau instellen
Kommentare zu diesen Handbüchern